Ik help je!

Reanimeren

Het staat ‘in de krant’. Mensen weten niet wat ze moeten doen bij een hartstilstand. In de auto hoor ik een genuanceerder bericht. Er wordt gezegd dat veel mensen niet durven handelen, omdat ze niet weten wat ze moeten doen. In gedachten ben ik terug op station Hilversum. Februari 2001. Is het alweer zo lang geleden?

Ik loop stage in Amstelveen. Die avond is het poëzieavond op school in Zwolle, waar ik met Rinke en een huisgenootje naar toe ga. Best wel een ingewikkeld traject. Snel met de tram naar WTC, met de trein naar Amersfoort, waar mijn oma met de auto wacht. Ik leen haar auto, dus moet haar even thuisbrengen en dan Rinke en Nienke ophalen. Strakke planning, halen we het allemaal net. Eén van mijn collega’s heeft het briljante idee. Hij zet me wel af op station Hilversum. Een station waar ik anders nooit kom.

In zijn snelle bolide gaat het heel voorspoedig, waarschijnlijk kan ik zelfs een trein eerder halen! Snel bel ik oma dat ze best wat eerder naar het station in Amersfoort kan komen. Ik hang op en loop naar het perron. Eenmaal boven zie ik een groep mensen staan, om iets of iemand heen. Ik kan het niet goed zien.

Op het moment dat ik bedenk “er is vast al hulp“, hoor ik iemand roepen.

Is er dan helemaal niemand met EHBO op dit perron?

Ik heb net een half jaar mijn EHBO-diploma en bedenk me geen seconde. In een reflex loop ik op de groep af, trek mijn jas uit, gooi mijn tas op de grond en zak op mijn knieën bij een man die op de grond ligt. Een jongen probeert hem op zijn zij te leggen. Hij heeft geen idee wat hij doet, maar ‘iemand moest toch íets doen‘, zegt hij. Op het moment dat ik de hartslag van de man check gaat zijn slag van razendsnel naar…..niets. Ik vraag de jongen nogmaals 112 te bellen, geef mijn telefoon aan de vrouw achter mij met de woorden “de 2 lang ingedrukt houden, dan krijgt u mijn oma aan de lijn, zeg haar maar dat ik iets later ben“. Geen idee waarom ik bedacht dat iemand mijn oma moest bellen. Het ging allemaal op de automaat.

Ik start met reanimeren. In mijn ooghoek zie ik iemand mijn jas en tas naast me neerleggen. Die heb ik blijkbaar zo op de grond gesmeten onderweg naar de man. Als ik een paar keer hartmassage en mond-op-mond heb gegeven knielt er een vrouw tegenover me.

Ik heb al tien jaar geen diploma meer, maar zeg me maar wat ik moet doen. Ik help je.

Samen gaan we verder. Bizar genoeg zien we ‘onze trein’ stoppen, wat we ook tegen elkaar zeggen. Het lijkt een eeuwigheid te duren tot de ambulancebroeders verschijnen en onze reanimatie overnemen. “Bedankt, jullie kunnen gaan,” zeggen ze terwijl ze de man aansluiten op de benodigde apparatuur.

Perplex als we zijn nemen we dat advies gelijk aan. Tot onze verbazing staat de trein er nog steeds. We stappen in. De trein is zó vol dat we op het balkon staan. Een conducteur stopt en wenkt ons. We worden in de eerste klas gezet en de conducteur gaat tegenover ons zitten. Je mocht toen nog roken in de trein en ik rookte nog. Met trillende handen steek ik een sigaret op. De vrouw naast me vraagt of ze er ook eentje mag. Eigenlijk rookte ze al niet meer, maar dit vroeg toch wel even om een sigaret. Samen roken we onze rillingen weg. De conducteur stelt vragen, vertelt dat ze verplicht zijn om te wachten tot er hulpdiensten aanwezig zijn en begrijpt niet dat er geen personeel van NS op het perron was die hulp konden verlenen. Als ‘dank’ krijgen we een stapel koffiebonnen. De rest van dit studiejaar drink ik gratis koffie in de trein.

Een dag later heeft mijn collega, die me afzette in Hilversum, het plaatselijke suffertje bij zich. In de krant staat een kort stukje over de man met hartstilstand en de hulpverlening op het perron. Er staat niet hoe het met de man is. Ik bel de politie. Graag zou ik de naam van de man weten en natuurlijk vraag ik me af of hij het gehaald heeft. Ik heb gezien dat iemand in zijn portemonnee keek, zag een rijbewijs, maar kan me niet herinneren dat iemand een naam noemde. De agent wil me zijn naam niet vertellen. Dat mag niet, privacy. Eigenlijk mag ze me ook niet vertellen hoe het met hem gaat. Ik denk dat ze mijn stem hoort trillen als ik zeg dat ik dat heel jammer vind, want zegt ze dat het haar spijt…

…hij heeft het niet gehaald.

Als troost geeft ze aan dat de man waarschijnlijk al overleden was toen wij begonnen met reanimeren. Maar dat is geen troost. Dat levert mij alleen maar dezelfde vraag op als de vraag die mijn reflex op scherp zette: Was er dan echt helemaal niemand met EHBO op het perron? Waar was het NS-personeel? Er waren zelfs mensen naar beneden gerend om bij het loket te vragen om hulpverleners. Er was niemand. Alleen ik. En ik was te laat.

Diep respect dus voor de vrouw die me kwam helpen. Die ongeveer nog wel wist wat ze moest doen en door mijn aanwijzingen heel goed kon helpen.

Een half jaar later heb ik met mijn instructeur tijdens de herhalingscursus de situatie nagespeeld. Voor mij een bevestiging dat ik goed handelde. Dat vond ik fijn om te weten. Ondanks dat de man het niet haalde, het was blijkbaar zijn tijd om te gaan. Maar oh, wat had ik zijn tijd graag verlengd.

Weet je dus niet wat je moet doen? Ga leren reanimeren! Elke seconde telt, dat blijkt maar weer…

6 Comments

  1. Mooi geschreven en voor ons zo actueel.

    Ook ik ken het niet, maar mijn echtgenoot wel. Toen we in Thailand waren zakte een jongeman in elkaar: hartstilstand. Niemand kon helpen, gelukkig mijn man wel en ik volgende zijn instructies. Ook hij heeft het niet gehaald.

    Ondertussen heb ik me ingeschreven om de cursus te volgen. Dit is iets wat iedereen zou moeten kunnen!

    Jammer genoeg heeft mijn man er nog veel last van. Hij vraagt zich nog steeds af of hij alles juist heeft gedaan. Een gevoel dat nooit zal verdwijnen, denk ik.

    1. Pittig Meilan! En zo waar, je blijft je altijd afvragen of je het goed deed. Hoewel de bevestiging van mijn instructeur wel fijn was.

  2. en dat blijft je dus je leven bij! Ik mag gelukkig zeggen dat ik nog nooit heb hoeven reanimeren. Maar goed om dit te delen, dat iedereen het maar gaat leren!

    Respect voor je verhaal!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.