Zoiets doe je toch even?

Ik ben in het ziekenhuis. Mijn moeder ligt daar. Niets ernstigs hoor, ze mag vast snel naar huis.
De thee en het water beginnen haar wel te vervelen, dus ik haal in de hal limonade. Of ik ook oordopjes mee wil nemen. Het is nogal gehorig in het prachtige nieuwe ziekenhuis. Minpuntje, verder is het inderdaad heel mooi allemaal.

Bij de apotheek trek ik een nummertje. Z271. Ik denk nog zo’n vier of vijf wachtenden voor mij. Eén van die wachtenden is een vrouw met haar rechter been in het gips. Ze zit in zo’n leenrolstoel te bellen. Als het gesprek voorbij is, kijkt ze wat radeloos om zich heen. Ze zwaait richting apotheek en vraagt of iemand haar even naar de hoofdingang kan brengen, daar wordt ze namelijk opgehaald. Ik zie dat er meer wachtenden zijn dan apothekersassistenten.

“Zal ik je even brengen?”

Ze kijkt me compleet verbaast aan. De rest van de wachtenden trouwens ook.
Tja, ik moet toch wachten, kan ik je net zo goed even naar die ingang rijden…
Ze neemt het aanbod aan en zegt steeds weer hoe aardig en bijzonder het is dat ik dat zomaar doe.
Ik zeg dat mij moeder echt niet wegloopt.
Dat ze al een collega op visite heeft.
Dat ik toch moest wachten met al die mensen voor mij.
Dat het op zich wel lekker is even te hobbelen na al dat zitten
Dat mijn ‘goede daad van de dag’ zo ook weer een feit is.

Op mijn verzoek vertelt ze dat ze gevallen is. Zomaar. Gestruikeld. Ze weet eigenlijk nog steeds niet helemaal hoe. Het gips moet in eerste instantie een week blijven zitten, daarna krijgt ze misschien loopgips. Hoopt ze.

MeanderMedischCentrum-webWe staan buiten voor de hoofdingang, waar ik haar vraag wie haar komt ophalen.
Een taxi
Ik hoor een klok luiden, maar weet even niet waar de klepel hangt. Bij die ingang kunnen toch helemaal geen auto’s komen? Ik had de avond ervoor wel taxi’s bij de eerste hulp zien staan. Moet ze dan daar zijn? “Met de lift bij de ingang naar beneden,” hadden ze gezegd. Ik kijk achterom naar de liften van de gebouwen A en B en vertel haar hoe raar dat is, want die liften gaan helemaal niet naar beneden, alleen naar boven.

“Maar ik moest echt naar beneden!”

Ik zie de klepel. Dáár heb ik inderdaad ook taxi’s zien staan. Beneden in de parkeergarage. Daar staan ook de leenrolstoelen. Daar zitten steeds mensen te wachten. Op de taxi natuurlijk! Eenmaal beneden zegt ze nog een keer hoe aardig ze het vindt dat ik haar hier bracht. Dat ze het echt heel bijzonder vindt dat iemand dit zomaar doet.

Ik realiseer me dat ik boven nog allemaal ‘smoezen’ bedacht waarom ik dat deed. Maar eigenlijk is het heel simpel. Zoiets doe je toch even?
Voor mij is dit heel normaal,” zeg ik. “Dit hoor je te doen!

Ik laat de vrouw lachend achter, ondanks haar gebroken been. Haar lach doet mij lachen, dus ik loop opgetogen terug naar de apotheek.
72? Niemand 72?
Met mijn volgnummer in mijn hand roep ik dat ik 71 had, maar even die mevrouw naar beneden had gebracht. “Oh ja, dat was jij!” Ik mag direct aan de balie de oordopjes kopen. “Tsss, lekker dan,” hoor ik iemand achter me zeggen.
Vergeef me als hij daar zat vanwege iets heel ernstigs. Toch wens ik hem in een fractie van een seconde een gipsbeen toe. Dan zet ik hem midden in de foyer en zeg: “Succes!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.